De Groenlandse Hond

Geschiedenis
De Groenlandse Hond of ook wel Eskimo Dog genoemd is eigenlijk een juistere benaming omdat er bij alle Eskimovolken uit het gebied tussen Groenland in het westen en de Mackenzierivier in het oosten verschillende soorten Groenlandse Honden voorkomen. De hond wordt uitsluitend gebruikt als trekhond en 's winters krijgt hij precies zoveel te eten als hij nodig heeft om te kunnen werken en overleven. Onder natuurlijke omstandigheden moet hij 's zomers voor zichzelf zorgen. Door dit harde leven kunnen alleen de sterkste en levenskrachtigste dieren overleven en zich vermeerderen. De verdeling van de hond die wij nu als Groenlandse Hond kennen, heeft hoofdzakelijk in Noorwegen en de Verenigde Staten plaatsgevonden. De Groenlandse Hond is een zeer zelfstandige hond, robuust en vitaal. Door de veredeling is het ras echter socialer geworden, waardoor het aan de eisen van de moderne maatschappij is aangepast. Hij is zonder meer de meest brute hond van de 4 sledehondenrassen door zijn robuustheid zijn aanleg voor het werken en zijn weerstand.
Men moest tot 1822
wachten opdat men de waarde van deze honden bij een Engelse poolexpeditie
ontdekte die door Peary tot de Noordelijke Pool werden geleid; zij werden dan de
metgezellen van alle onderzoekers, van Peary en Amundsen en Paul Émile Victor.
Zoals Nathalie Villa aangeeft in haar Veterinair Doctoraat proefschrift. ( Sledehonden en de sledesport, Nationale Veterinaire school van Alfort 1984) : „De eerste Groenlandse hond kwam in Europa in 1913 aan. Zij werden in Zwitserland bij de bouw van de Spoorwegen van Jungfrau ingevoerd, teneinde samoyeden te vervangen, ingevoerd enkele maanden vroeger en die te gering voor het gevraagde werk waren gebleken voor het dagelijkse vervoer van goederen over een afstand van 34 kilometers, en in omstandigheden van 30% in diepe sneeuw.
In Frankrijk was de Groenlandse hond de eerste sledehond die als zodanig wordt ingevoerd; dit dankzij de onderzoeker Paul Émile Victor die zijn honden van Groenland in 1937 terugbracht. Hij deed dan een aantal demonstraties van sledehonden in de Alpen, wat ze bij het grote publiek bekend maakte.
Karakter
De groendladse hond is vooral een ruwe hond, gewend aan de moeilijke levensomstandigheden, en in geen enkel geval een hond voor een appartement. Weglopen is 1 van zijn grote gebreken, en op deze escapades herneemt hij er zeer snel zijn instinct van jager. Een roedeldier bij uitstek. Hij heeft autoriteit nodig en vastberadenheid, maar is echter zeer zacht, sociaal en lief tegenover de mens.
Op het niveau van zijn lichamelijke vaardigheden, vertegenwoordigt hij een compromis tussen snelheid, vervoerde last en weerstand, wat uitlegt dat een span van groenlanders zoals die in Zwitserland van PASCAL NICOUD soms het vuur aan de schene kan leggen van goede Siberische husky spannen van !