De Samoyeed
Geschiedenis:
De Samoyeed was voor het grote publiek de eerste werkelijk bekende Noordse hond, zijn overvloedig wit bont en zijn schijn hebben „de oorspronkelijke“ hond immers snel beroemd gemaakt. Zijn oorsprongen gaan waarschijnlijk tot het prehistorische tijdperk terug, via de stam van „samoyčdes“, die op de hoge Iraanse vlakten woonden. Deze stam van nomades begint zich aan het uiterste Noorden van Siberië te vestigen, en maken gebruik van hun honden als bewakers, jagers, metgezellen ...en sledehonden.
Men moet tot op het eind van afgelopen eeuw wachten opdat poolonderzoekers in Engeland de eerste exemplaren van Samoyeden invoeren. Kilburn-Scott voerdde van Arkunget (Siberië) in 1889 het eerste paar van Samoyeden in, welke vervolgens de basis van de Engelse fokkers vormen. Nansen was wat hem betreft de eerste om deze honden te beoordelen bij poolexpedities; vervolgens deden velen het na: Jackson, Hammersworth, de Hertog van Abruzzes, Borchgrevink en Amundsen.
De eerste Engelse kennelnaam verbonden met het ras "Of Farningham". Men moet echter wachten tot 1920 voor er zich de eerste rasclub kan vestigen en door de eerste wereldoorlog worden deze honden bekend bij alle lagen van de bevolking. Helaas door de tweede wereldoorlog verdwenen deze honden weer bijna volledig. Het is pas 5 jaar later dat het fokken van dit ras kon hernomen worden met 2 grote kennelnamen voorop : « Van Ialmal » en « Ostiaks »
Karakter
Zoals alle Skandinavische rassen , is de samoyeed een hond die zijn genegenheid aan de mens getuigt. Maar in tegenstelling tot de anderen, hij is geen roedelhond en verdraagt het slecht om in een hondenhok of kennel te verblijven. Het is eveneens de enige die blaft.